Bij burgerwetenschap, ook wel citizen science genoemd, werken inwoners samen met wetenschappers en maatschappelijke organisaties aan onderzoek. Deelnemers kunnen bijvoorbeeld planten en dieren tellen, de kwaliteit van water of lucht meten, veranderingen in hun leefomgeving volgen of waarnemingen verzamelen via een app. Soms denken burgers ook mee over de onderzoeksvraag, de aanpak en de interpretatie van de resultaten. Burgeronderzoek wordt veel toegepast rond natuur, biodiversiteit, klimaat, water, bodem, gezondheid en de kwaliteit van de leefomgeving.

Burgeronderzoek verbindt wetenschap, educatie, beleid en participatie. Kinderen, jongeren en volwassenen leren door zelf waar te nemen, vragen te stellen, gegevens te verzamelen en resultaten te vergelijken. Hierbij leren ze over de werking van de wetenschap en doen ze onderzoeksvaardigheden op. Jongeren zijn de gebruikers (en vervuilers) van de toekomst en doordat het onderzoek plaatsvindt in de eigen omgeving en bijdraagt aan een groter geheel, kan ook de betrokkenheid bij natuur en leefomgeving worden versterkt, (hopelijk) leidend tot meer bewuste keuzes.

NDE-organisaties kunnen hierbij een verbindende rol spelen tussen deelnemers, scholen, onderzoekers, overheden en natuurorganisaties. Zij kunnen mensen enthousiasmeren en begeleiden, onderzoeksmethoden en -materialen toegankelijk maken en helpen om de resultaten te begrijpen en te vertalen naar handelingsperspectief. Daarbij zijn een heldere onderzoeksvraag, een betrouwbare werkwijze en terugkoppeling over wat er met de verzamelde gegevens gebeurt belangrijke voorwaarden.

Wil je meer lezen over burgeronderzoek in relatie tot NDE?

Lees dan onze bronnen over dit thema. Voor meer achtergrond, projecten en inspiratie kun je ook terecht bij: