Beleid en archief

Jaar 2000
Dossiernummer 27400 XIV, nr. 5

De staatssecretaris stuurt de 2e Kamer een brief (29-9-2000) met bijlagen over de evaluatie van de regeling Versterking Maatschappelijke Betekenis Natuur. Deze regeling is in 1998 ingevoerd. De bestaande exploitatiesubsidies voor maatschappelijke organisaties op het gebied van natuur- en milieueducatie werden in 1997 beëindigd. Via een tenderprocedure konden meerdere organisaties voortaan projectsubsidies aanvragen. 

Deze wijziging in de subsidiesystematiek betekende dat de basis werd weggehaald onder bijvoorbeeld de exploitatie van natuurwerkweken, het instandhouden van een bibliotheek- en kenniscentrum en de ondersteunings- en coördinatiestructuur van vrijwilligers en professionele netwerken in de NME. De nadruk kwam te liggen op vernieuwende projecten, uit te voeren door een groter aantal organisaties. Dat had grote gevolgen. Niet alleen voor de continuïteit van het NME-werk. Vanaf deze periode kwam er ook in toenemende mate nadruk te liggen op beleidsmatige sturing door de overheid van het NME-werkveld en op uitvoering van programma's door extern ingehuurde programmabureaus. 

De regering concludeert onder meer dat het sturen op doelen en het stimuleren van creativiteit is gehaald. 

Tegelijkertijd wordt door de staatsecretaris opgemerkt:
a. Bij de tendering van projecten in de regeling blijkt dat er veel nadruk is komen te liggen op innovatieve projecten en naar verhouding
weinig aandacht is ontstaan voor de implementatie van projecten en de verspreiding van nieuwe ideeën. De effectiviteit van
de regeling komt daarmee in het geding.
b. Interactieve beleidsontwikkeling leent zich niet erg goed voor de projectmatige aanpak van de regeling. Doordat de projecten ruim
een jaar van tevoren worden gepland blijkt het in de praktijk moeilijk te zijn in te spelen op de actualiteit.
c. Bij de beleidsontwikkeling – en implementatie worden er van organisaties niet alleen innovatieve ideeën en projecten gevraagd, maar
wordt dikwijls ook verwacht dat er een bepaalde rol gespeeld wordt. Deze rol betreft dikwijls de brugfunctie tussen overheid en
maatschappij bij de ontwikkeling en maatschappelijke verankering van het natuurbeleid. Een dergelijke rol wordt in de huidige regeling
onvoldoende ondersteund. Het onderhouden van netwerken van vrijwilligers en/of professionals,
kennisontwikkeling en helpdesk zijn voorbeelden van instrumenten die organisaties in staat stellen een dergelijke rol te
vervullen. Zij kunnen voor de overheid dienen als kwaliteitscriteria voor het vervullen van de bedoelde rol.

Documenttype Evaluatie
Download document
Verwante documenten Verslag algemeen overleg (AO) van de Tweede Kamer over NME op 16-9-1999