In dit boekje worden mogelijkheden beschreven om het weer een plaats te geven in het onderwijsprogramma van de school. Zo kunnen kinderen weersverschijnselen bekijken en onderzoeken. Het geeft aan wat de aanleiding van het onderzoek zou kunnen zijn; hoe de weersverschijnselen te plaatsen zijn in een context die voor kinderen betekenis kan hebben, bijv.: door overdrijvende wolkenformaties die de kinderlijke fantasie prikkelen; een onderzoekje naar weersverschijnselen rond de school; de grote plassen op de speelplaats; een historisch onderzoekje dat tot de verbeelding zal spreken: wat waren de oorzaken van de watersnoodramp in 1953?; en een actueel vraagstuk: kunnen we in Nederland op grote schaal gebruik maken van windenergie?
Voor de leerkracht biedt dit boekje suggesties voor de organisatie van korte veldwerkactiviteiten aan het weer rond de school.
Deze, en de in dit boekje opgenomen "Werkbladen voor de leerlingen" komen voort uit het werken met leerkrachten (en leerlingen) via nascholingsactiviteiten.
