Bij onderzoekend binnen natuuronderwijslessen leren onderzoeken kinderen organismen, objecten en verschijnselen in hun omgeving onder begeleiding van hun leraar (m/v). Bij ontwerpend leren ontwerpen leerlingen een product. Onderzoeken en ontwerpen zijn werkvormen waarmee verschillende doelen beoogd worden. Enerzijds leren leerlingen (onderzoeks- en ontwerp-) vaardigheden, zoals goed waarnemen, vragen stellen, experimenten opzetten en uitvoeren, voorspellingen doen, problemen verkennen en verwoorden en oplossingen bedenken en beoordelen. Bij deze manier van werken zijn de instrumentele vakken (taal en rekenen/wiskunde) geïntegreerd met natuur- en techniekonderwijs. Leerlingen werken tijdens de lessenseries in groepjes/tweetallen en zijn bezig met taal. Het onderzoekend en ontwerpend leren verloopt via een model met zeven stappen, het zogenaamde zevenstappenmodel.
Geconcludeerd kan worden dat het onderzoekend en ontwerpend leren welbeschouwd een rijke leeromgeving is die het leerlingen mogelijk maakt om, geïntegreerd met taal- en rekenen/wiskunde activiteiten, vaardigheden/competenties te ontwikkelen op sociaal-emotioneel, creatief, motorisch en cognitief gebied. Anderzijds biedt een rijke leeromgeving aan te sluiten bij competenties van leerlingen. Een mooie vorm van adaptief onderwijs.
Bij dit deel hoort ook: Onderzoekend en ontwerpend leren bij natuur en techniek : basisdocument over de didactiek voor onderzoekend en ontwerpend leren in het primair onderwijs / Marja van Graft en Pierre Kemmers. – Den Haag : Stichting Platform Bèta Techniek, 2007. – 48 pag.
