De relatie kind-natuur is heel lang hoofdzakelijk bekeken vanuit het gezichtspunt van een vak of leergebied in de school (natuuronderwijs) en van het opvoeden van kinderen tot een verantwoorde omgang met de natuur (natuur- en milieueducatie). De laatste decennia zien we een verandering van perspectief, onderbouwd door onderzoek: ervaringen met natuur zijn belangrijk voor het welzijn en een gezonde ontwikkeling van kinderen. Beide perspectieven zijn ook kort te typeren als respectievelijk ‘ kinderen voor natuur’ en ‘ natuur voor kinderen’. Dit stuk vormt de basis van de groene pedagogiek. Verschillende aspecten worden besproken. Zoals: Leren leven met de natuur als opvoedingsdoel, kind en dier, Pedagogiek van de zorg, Ontwikkelingsstimulansen, Tuinieren, Natuurwaarden. In het stuk document ligt het accent op ‘natuur voor kinderen’, specifiek voor kinderen in het primair onderwijs in het algemeen en voor kinderen die extra en specifieke zorg nodig hebben. Dit wordt gedaan aan de hand van het begrip ‘groene pedagogiek’. Daarbij is een thema aan de orde dat bijvoorbeeld in lerarenopleidingen evenzeer een zaak is van docenten pedagogiek als van docenten natuuronderwijs. De boerderij als leeromgeving biedt specifieke natuurervaringen en wat in voorgaande hoofdstukjes wordt besproken wordt tenslotte ‘ toegepast’ op de boerderij.
Deze tekst werd speciaal geschreven voor het Transforumproject Green Care Amsterdam, in het bijzonder het deelproject ‘Het belang van de boerderij als leef- en leeromgeving voor kinderen met ontwikkelingsproblematiek. juli 2007.
